1
Uit het blad van het leven
rolde het scheppende
Eros de steen
zijn licht ontwaakt
in menigeen
uit dubbele kanten
landschappen
gewijzigde vormen
de mens door de mens
Goden, staan buiten spel
In het dagelijks leven
warmte van ogenblikken
soms in gevreesde momenten
scheppende inhoud
vrij van bevel
een kinderhand
zijn vragende gezicht
de kracht die een mens
hem geven kan
de open blik
luistert naar de zee
de maan
korenbloemen
klaprozen
verstrengeld tot een boeket
het hoge gras
de waterval
het kleinste dier
de adem van het menselijk ras
Kralen van geluk
slingerend langs koraalriffen
vulkanen
zwaardwalvissen
de zomerkus werpt
onder de stralende hoed
zijn warmte vooruit
In de diepte van de zee
weerspiegelt de steen
oude man
de jongen
de oudere vrouw
het kind
los van elkaar
een geheel
2
Versplintering in het binnenhof
Eros en geweld
compost hopen
vruchtbaarheid
waar elke daad in groeien kan
de mens groter dan de mens
het kleine vermogen
wordt reeds vroeg afgebogen
Eros het kind van de rekening
Het gevreesde weten
de koningin van het bestaan
dat zij groeien zal
uit winst naar minder maar beter
de gedachte neutraliseert
liefde geld
het gladde papier
pornografie
kruiden van onsmakelijk eten
Bescherming van het kind is groter
dan de liefde met getrokken zwaard
Het ongeschreven lied
van de vezelmuts
laxerende gedachte
pijpt de steen van moeder aarde
en hangt label geweld aan de steen
3
Levensbeschouwelijke gewicht
Eros begrip
zinnelijkheid
bewegende kracht
het geestelijke oog
verhandeld naar het laagste plan
verdrukten
uitgestotenen
broodzoekenden
schimmen van het wereldrijk
de vreemde
de onbekende
de gekromde grens
gespalkte woorden
vreemde attraktoren
schommelen de hele dag
Ontwikkeld uit gebrek
ontvangen uit rijkdom
Eros de steen draaide langer mee
dan menigeen dacht
nergens vastgelegd
uit het blad van het leven rolde hij
schonk hij de korenbloem
de klaproos
het kleinste dier
waar de mens van genieten kan