1
Gebouwde zinnen
een geraamte als een boot
de spanten gebogen
trekken woorden het betoog
Gevuld met klinkers
vaart het schip
geruisloos
naar punt comma's
en sluist zichzelf
door de ring
Een golf van biljartklanken
kleurt
weerstandloos
gapers
hoog en grond
werkers
2
Bestuurlijke klinkers
geruild voor arme taal
de Dobermann Pinschers
ongemuild
de klei van de boer
spettert de ramen vol punten
Aan het touw zweeft de vlieger
gapers aan de grond
volgelopen
en door bochten gewrongen
herademt de luisteraar
tweemaal
Het einde overtreft het begin
in stijgende lijn
halverwege begonnen
Aan het eind van de staart
hangt de strik van de redenaar
licht
gevoelig
vanzelfsprekend
als gekleurd haar
3
De rede verhalst
in een uitgelopen greep
zoals de spreker
wijsgerig vingerig
de maat slaat
waarvan de Knikker niet los kan komen
Trede voor trede
klimt het omhoog
bovenaan gekomen
heeft het moeite om te zien
uit welke richting de rede is gekomen
Op zijn hoofd staat plots een uitkijktoren
een lege verte
geen comma te zien
onder de toren scharrelen puntloze woorden