1
Ruimte weelde
zo zacht als fluweel
opgepakt
en neergelegd
in het raam van de staart herinnering
Geruggesteund hoe het niet mag
likt gretig verfijnde vervalsing
aan de kaarten van het gekkenhuis
wat is schoonheid waard
weggekrapt en aangevreten door middelmaat
Zijn kop
de poster
de landkaart
een gloeilamp in zijn achterwerk
Het verlichtende pad
hoe is uw naam
creatieve bladvuller
Het dampende pad fax't alles de hemel in
waar Goden zijn geboren
en noemde hem de culturele babbelaar
2
Orde wijsneus
herhaalde maten
trommelsslagers
de prijsverdeler
gereïncarneerde schraalhals
en schreef zijn epos
De muzikale verte in suiker
onder de parasol
maandbladen
op het zand een dicht geslagen boek
Het virtuose ontstemde hem
de voorkeur lag wat hij vanaf zijn
kleine berg kon overzien
3
Alleen de afdruk
wordt stil gehoord
De clown speelde geen luit
maar virtuoos de elektrische gitaar
Een kind keek op
en luisterde
de zon verblindde zijn gezicht
en zag de clown op de berg in tegenlicht
later toen hij zelf de berg beklom
zag hij de plaats waar de clown eens stond
en hoorde wederom zijn muziek
De gitaar gleed in zijn hand
aan de rand van de voet
speelde een kind
en daar speelde hij voor.