1
Uit een knop van een deur
groeide een roos
haar geur beademde de wind
Mensen konden het ruiken
en liepen verder
De wind keerde terug naar de roos
die groeide uit de knop van een deur
2
Achter gelaten voetstappen
waar bladeren over heen vallen
de weg niet meer terug kan vinden
vraag het dan aan de wind
3
Zijkanten schaduwen het licht
in andere gedaante stijgt water
koude hervormt in warmte
en krult het blad
4
Licht schaduwt de zijkanten
het blad krult door de zware lucht
in andere gedaante stijgt het water
5
In de tuin van liefde
schommelt de witte roos
over de nek van het klaverblad
6
Uit de poort van een scheve toren
valt een ballon omhoog
zijn ronde lichaam een prijs
uit de scheve poort
7
Schaduw valt op de grond
het licht vervlakt het gehaal
een blik blijft hangen
Een weerspiegeling
van een kort moment
vloeit samen met spiegeleffekt
8
In deling speelt tijd
de rol van schaduw
zolang licht in de ruimte spreekt
valt licht weg
speelt schaduw - tijd
9
De spiegel weerspiegelt
in gebogen lijnen verandert zij haar
verschijning en vouwt in haar platte ruimte
een ander beeld
10
Op het moment van uiteenvallen
treedt schaduw uit het licht
en werpt licht op de schaduw
het licht volgt het schaduw-licht
11
Verloren en gevonden
draait het wiel van verlies
spaakloos rond en blaast
door het ventiel in de ruimteloze hel
waar hitte en koude in lange lijn materialen
buigt en stijft
Uit het gezicht van de lange winter
groeide de zonnebloem
ver onder haar temperatuur
vouwen dubbele kleuren de gevonden ring rond
12
De weg slingert door
smaragd groen
langs robijnen vruchten
witte bomen
het ligt als een arm
over het blauwe water
13
In de spiegel gelopen
een weg terug gezien
In het glas beeldde de bloem
en vouwde elke keer de dagen toe
14
Dagen lang lag een waterdruppel
op de rug van een blad
niemand wist hoe hij daar kwam
hij brak stralen van de zon
en kleurde zijn omgeving blauw
Vaak liep ik naar hem toe
en zag zijn wonderlijke licht
elke ochtend
elke dag
Op een keer zag ik tot mijn schrik
alleen het groene blad
In mijn droom zie ik nu de kleine
waterdruppel, hij straalt even mooi
niet meer overdag
15
Langs het beslagen raam
gleed het landschap voorbij
Mist vluchtte voor de wind
waarheen joeg de wind het beslagen gezicht
Waarheen viel de berg
waarheen gaat de weg
de wind
de trein
16
Door de zon beschenen
topt de meeuw
de harde wind
Langs de rots
schuift de waterbroek omhoog
17
Liefde
het middel
grond
bodem van water
18
Fonteinen
geheimen
onbereikbaar geluk
Hoe natter het lichaam
herinnert aan de aarde
Bij het verlaten
doorspoelt het water
de afstand van gaan