1
Boven de grens
eeuwig niet oneindig
maat van gevoel
Gebogen vlakte
de rug van de bol
herhaalde maat
Een moment
licht op een zwart vlak
in het midden
Gekoelde stoffen
onder nul
boomgrens
Koude en warmte
geboorte plek
gespleten navelstreng
2
Jaren van pijnlijke zucht
een morrelende hand
zielsvlucht
Samengevallen tijden
onvolmaakt
langs de scharnier van schoonheid
Op verborgen schalen
de weef
in harde lucht
Trillingsschoonheid
geweven scheen
onbewaakt in volle leegte
Weefsels uit banden
het voorliggende vlak
smolt in dubbelzicht
Een fabelachtige ruimte
in potloodstreep gemeten
spiegelt het begin
verkleind weergegeven
3
Het staan voor de ruimte
de gedachte dit is het laatste
het lange begin en het korte einde
het is de keerkring
het veld betreden uit een ander begin
op weg naar de zelfde ruimte
Het nutteloze in de dag
bracht geen ander licht dan gevulde dagen
een hand vol tijd schiep de verwachting
dat het verder lag
In wantrouwen langs een zee van rozen
oceanen van lucht
geschrokken door de afstand
loopt de weg naar het dove einde
terug naar het blinde begin