1
Spiralende druk boorde als een trekker
en stormde een eindeloze getallenreeks
naar het begin van het laatste moment
en keerde om in exploderende zelfontbranding
Een zuil van gloed greep door het zwart
zilverlicht in diepte richting
aan de randen wervelde het grijze
van de geopende paraplu
Eindeloze nacht
in het hart de dag
dag en nacht in gelijke scheiding
In terugval overschaduwd zwart
en wacht op de eerste en laatste straling
2
Straling wervelend tot vaste grond
en scheidde door draairichting
de nacht van de dag het gezicht van de wacht
Wederhelft om wederhelft
in draairichting het zwart en het wit
metaallicht de zilvervis stond in schittering
Nachten zonken in staalblauwe jassen stergeknoopt
tot omkering wit geslagen zwart
uit de onderwereld het diepste veld
In het duister van de hangende bergen
doorschoten met lichtbaleinen
gloeit in de verte een kleine ster
3
Uit het geheel geschoten likt de kleine ster
naakte bergen en sterven langzaam weg
in het gezicht van het beperkte
Geestdriftig
verbeeldde warmte de zuil van gloed
hartstocht in tijdbericht
strijkt in herhaling het zwart aan
De geknoopte sterren in de mantel
diamanten in patroon de kettingreeks
van getallen smaakt naar zomerdroom.
De eindvlucht uit het licht cirkelt
naar zwart terug.