Enige millennium jaren geleden ronselden overheden
boeren en arbeiders, opgezadeld met boog en zwaard.
De captain, een handlanger van de ronselende macht
sprak in zwaar oudhollands; Het is de moeite waard.
Het ongeregelde zootje werd streng toegesproken.
Degene die tegen stribbelt wordt gehangen.
Geen gezeur onderweg. Niks ik wil naar huis.
Wij gaan naar de velden en steden van de Muzelmannen.
Niet bepaald overtuigt zette het leger zich in beweging
om de beschaving elders te redden. Na enige tijd,
onderweg legde men beslag op alles wat eet en drinkbaar
was, stond de beschaving klaar voor de strijd.
De captain deed zijn ronde en controleerde of alles
in orde was, want bij zonsopgang zal de hoorn schallen.
Nauwelijks een lichtstreep boven de horizon, barstte het
geweld los, hoofden vlogen als pingpongballen.
Honderden jaren ging het zo door. Soms liet men nog iets
overeind. Velen onder de voet gelopen uit naam van handhaving.
Namen verstrengelden zich tot particuliere macht, nog vallen
miljoenen slachtoffers door de kapitalistische beschaving.