Intermaris wilde graag een huwelijk, een hoeksteen van de maatschappij
te zijn en bouwde als vereniging zijn bruidschat met miljoenen bij elkaar.
De Staat financierde de huwelijkssteen en schonk de ring vrij-metselarij.
De passer drong diep in het hart van Hoorn en Inter bouwde ’t huren repertoire
een huurbeleid voor eenieder die in hoorn wilde komen wonen kreeg geld mee.
Ineens viel het heien stil, het was vol, de tweede ring van een projectontwikkelaar.
Op het bouwveld voltrok het huwelijk de hoeksteen omarmd, huren werd passé
huurders vertrokken en er kwamen stille kopers, stiller en stiller werd de buurt,
een pleidooi voor een stille mars in stilte vormde zich een hoeksteen Petit Comité.
Uit de spelonken kwam het mobiele geluid, ziet en hoort niet waar men naar tuurt.
Luidruchtigheid is het kostuum, het uniforme jasje van ruchtbaarheid.
Verloren huurders, kopen is het kapitale beleid, huurders worden weggestuurd.
De passer draait en Inter bouwt geheel op andere gronden, een huwelijk dat uitdijt.
De stemming is gericht op totale verkoop dat zelfs vragen niet worden beantwoord.
Heien met houten palen en van beton, de grond is vrij gekomen door dwangarbeid.
s’nachts hoort men het versterkte snurken, rustgevend trekt men aan het schellekoord
de rinkelende bel is voor de hele wijk, luidruchtigheid is de bezem van het wonen.
In de derde ring worden kooppraatjes na betaald te hebben in de kiem gesmoord.